agricultuur – verbonden met boeren wereldwijd
Als zoon uit een eeuwenoud boerengeslacht, heb ik me altijd verbonden gevoelt met de boeren wereldwijd. Voor mijn gevoel heb ik meer gemeen met een maisboer uit Peru of een geitenboer uit Kenya dan met de meer nabije Amersfoortse stadsburger. Wij boeren zijn bezig met grond, met planten, dieren, de verwerking van producten, met het weer van zon en regen, met de gemeenschap van boeren rondom, en dat verenigd ons diep worldwide.
Als ik de verhalen lees van mijn mede-boeren uit verre landen, dan heb ik het gevoel dat ik zo met hen mee zou doen: ik zou de schop pakken en gaan graven, ik zou de hark pakken en gaan harken, of ik zou de dieren van de ene plek naar de andere brengen zodat ze te eten hebben.
Maar ik weet ook van het grote verschil: mijn bezig zijn met landbouw in een sterk gemoderniseerd en verstedelijkte omgeving, stabiele cultuur met rijkdom en luxe om me heen, maar ook met hard werken en lage opbrengsten en hoge kosten. Hun bezig zijn met veel moeilijke klimaatomstandigheden en vaak instabiele verhoudingen die ook hard moeten werken om hun schamel bestaan te behouden.
Als je dan vanuit de voedseleconomie gaat denken hoeveel food technologie en food handel er in ons westen omheen gebouwd is die ook ver voorbij het boerenbelang opereert op moderne markten en met veel politieke invloed – dan ga je opnieuw bij jezelf te rade of dat de weg is waarop we landbouw moeten ontwikkelen. 80% van de waarde van voedsel die de consument betaalt komt niet in boerenhanden, hem rest slechts 20% (als hij dat al krijgt). En het lijkt net of dat een structurele on-rechtmatigheid is die zowel in het westen als in ontwikkelingslanden zich voordoet.
Voor mij was het reden om de agri-cultuur opnieuw te herontdekken. Om dicht bij de boerenervaring van grond, gewas en product te komen en de ‘waarde’ ervan dichtbij te houden. Opnieuw na te denken hoe je veel directer met de consumenten in de regio tot marktontwikkeling kunt komen. Hoe je zelfs op je eigen boerderij de toegevoegde waarde van je landbouwproduct kunt maken.
Dat vergt een nieuw verbond tussen de boer en de cultuur rondom hem. Een verbond dat hij op meerdere nivo’s moet sluiten: met de directe natuurlijke omgeving, met de burgers in de stad, met de locale overheden en kenniswerkplaatsen en soms ook met beleidsmensen op regionaal en nationaal en boven nationaal nivo.
Voor mij is het een herontdekking van de agri-cultuur op mijn eigen plek en in mijn eigen bedrijf. En: opnieuw de verbinding leggen met de omringende stadse burger van Amersfoort die eten weer ont-anonimiseert. En: het visioen en de hoop wekken dat er een bredere beweging voor een nieuwe agri- en food cultuur zich kan ontwikkelen: locaal, regionaal, Europees en zelfs Wereldwijd. Ik ben benieuwd in hoeverre een nieuwe agri-cultuur ingebed in een krachtige locale cultuur tot meer duurzame landbouwsystemen leidt, dan de nu grazende foodindustrie wereldwijd ons voorspiegeld.
Als er een groep is die deze hoop en concrete initiatiefkracht kan ontwikkelen, zijn dat christen boeren/burgers/buitenlui die gedreven door ons worldwide verwachting van het nieuwe Koninkrijk nu al ‘eerste stappen’ mogen zetten!
Deze blog werd als column geplaatst in de nieuwsbrief van Tear – juni 2010
Posted: June 14th, 2010 under Blog messages.

